.....
Niet helemaal overtuigd knikt de arts en keert zich in een diep peinzen. Daarna draait hij zich om en zet met een korte polsbeweging met zijn pen een notitie in het dossier van de jongen. Rustig leest hij alles nog even door en wendt zich daarna weer tot de twintiger.
“Ik heb alleen nog wat persoonsgegevens van je nodig”, zegt de dokter.
“Waarvoor?”, vraagt de jongen verbaast.
“Nou, dat is heel simpel. Van alle patiënten die wij binnen krijgen moeten wij de gegevens opschrijven. Naam, adres, verzekering, alles. Zodoende weten we precies waarvoor je hier bent geweest en bij mogelijke complicaties kunnen we makkelijk inspelen op de gebeurtenissen. Dit mede door de informatie in je dossier”, antwoord de man geduldig.
De jongen weegt de woorden van arts af en weet dat er voor hem geen uitweg is. Hij moet zijn gegevens opgeven. Groot probleem is alleen dat hij geen idee heeft bij wie hij verzekert is. Überhaupt, of hij wel verzekerd is.
“Mijn naam is Dani Mocambo. Ik woon op de Paliënweg, nummer 35. Ik ben geboren in Nederland, maar mijn moeder komt oorspronkelijk uit Uruguay, daar komt dus ook mijn achternaam vandaan. Waarschijnlijk ben ik wel verzekerd, maar ik zou zelf niet weten bij welke maatschappij en wat mijn gegevens daarvan zijn”, antwoord de jongen.
“En je hebt geen papieren bij je? Zodat we kunnen controleren of dit allemaal klopt”, vraagt de dokter hem.
Dani schudt met zijn hoofd. “Nee, die ben ik in de haast vergeten. Maar u moet mij op mijn woord geloven.”
Twijfelend knikt de dokter en krabbelt hij vluchtig wat gegevens op papier. Deze leest hij nogmaals na alvorens ze ook in de computer in te voeren. Daarna rolt hij zijn bureaustoel naar een gesloten kast. Deze witte kast is beveiligd met een pincode. De dokter typt de juiste code in en haalt er twee rechthoekige doosjes uit.
“Hierin zitten medicijnen die je moet nemen”, zegt hij terwijl hij Dani de medicijnen overhandigd.
De jongen neemt ze aan en kijkt op de etiketten. De medische taal zegt hem niks.
“Het witte doosjes met de blauwe streep zijn pijnstillers. Deze moet je alleen innemen als je pijn hebt en niet meer als 2 per dag. De andere, met de rode streep, zijn medicijnen die infecties tegengaan. Bij je val kan er vuil in je wond zijn gekomen. Deze medicijnen desinfecteren dat. Deze mag je maar eenmaal per dag innemen.”
Na deze uitleg knikt de dokter naar Dani, staat op en opent de deur. Hij kijkt de twintiger aan en verteld hem dat hij weer weg mag. Onwennig staat de jongen op en loopt langs de dokter het lokaaltje uit. Ze schudden elkaar de hand: “Over 3 dagen nog even terugkomen”, besluit de dokter. De jongen knikt en loopt de deur uit.
“Ho jongeman!”, roept de dokter hem na.
Verschrikt draait Dani zich om en kijkt op.
“Eerst nog even langs de balie om een afspraak te maken voor over 3 dagen”, zegt de dokter en wijst de andere kant. De jongen volgt met zijn blik de vinger van de dokter en loopt die kant op.
Als de jongen de grote, dikke houten duur door loopt komt hij bij de balie aan. Daarachter zit een vrouw met haar rug naar hem toe. Hij loopt naar de balie en wacht geduldig tot hij opgemerkt wordt. Als de dame zich omdraait wordt hij even verbluft door haar uitstraling.
Het is een mooie vrouw rond dezelfde leeftijd als Dani. Sprankelende, groenblauwe kijken de wereld in. Een mooi gebit toont zich onder een even zo mooie glimlach. Haar donkerblonde, halflange haar valt met een mooie slag losjes over het schouders. Het witte blouseje, accentueert haar vrouwelijke vormen niet overmatig, maar genoeg om nieuwsgierigheid te vergroten. Haar slanke figuur zit rechtop op haar stoel. Dani is op slag volkomen geïnteresseerd in deze jonge vrouw.
“Waar kan ik u mee helpen?”, vraagt ze met haar heldere stem.
“Uhm, ja, uhm”, stamelt Dani.
De jonge vrouw glimlacht lief terug en op één of andere manier stelt dat Dani op zijn gemak.
“Ja, ik wil graag een afspraak maken voor over drie dagen.”
De vrouw knikt begrijpend en opent met een paar slagen op haar toetsen het agendamenu op de computer.
“Schikt 11 uur in de ochtend?”
“Jazeker”, antwoord Dani en geeft de vrouw zijn gegevens.“Dan is dat ingeroosterd en wens ik u nog een prettige dag meneer.”“Ja, u ook”, antwoord Dani en loopt de deur uit, nog diep denkend en onder de indruk van de vrouw.
.....
------------------------------------------------------------
Written by DJ Reijersen (c)
maandag 3 mei 2010
woensdag 7 april 2010
Update
En weer een maand verder. Niet zoveel tijd gehad om weer nieuwe dingen te schrijven. Dus geduld is een schone zaak.
maandag 15 maart 2010
Wintersport
Al een tijdje geen bericht zie ik.
Weekje wintersport gehad. Daar ook wat inspiratie opgedaan. Dus ik kan weer lekker verder.
Helaas erg druk met werk en studie. Dus het gaat niet zo snel meer.
Weekje wintersport gehad. Daar ook wat inspiratie opgedaan. Dus ik kan weer lekker verder.
Helaas erg druk met werk en studie. Dus het gaat niet zo snel meer.
donderdag 25 februari 2010
Here It Is
En weer een klein stukje.
Veel leesplezier!!!
------------------------------------------------------------------------------
Eenmaal aangekomen bij de dokterspraktijk wordt hij opgevangen door de geschrokken baliemedewerkster. De vrouw vangt hem op en begeleidt hem snel naar een kamertje. Hij wordt op een hard bed neergelegd, al wachtend op de dokter.
Na een minuut of tien komt de arts binnen gelopen. Hij buigt zich over de jongen en bekijkt de gebroken neus. Zijn adem ruikt naar pepermunt.
“Dat ziet er slecht uit”, zegt de arts met een baritonstem.
Hij loopt naar een grot tafel achter hem en opent een wit kastje. Daar haalt hij ontsmettingsdoekjes, verband en tape uit, evenals andere benodigdheden. Via de intercom van zijn telefoon vraagt hij assistentie en daarna loopt hij weer terug naar de jongen.
Twee minuutjes later wordt de deur open gedaan en stapt de assistente van de dokter binnen. Ze is een mooie, jonge vrouw in dezelfde leeftijd als de gewonde jongen. Haar stralende blauw/groene ogen vallen het meest op. Daarnaast danst haar paardenstaart op en neer bij elke stap die ze zet. Haar rondingen komen haast niet naar buiten in haar hagelwitte artsenkostuum, maar dat ze een mooi lichaam heeft is zeker wel te constateren. Ze loopt door naar de tafel en wast haar handen. Als ze haar handen afgedroogd heeft trekt ze latex handschoenen aan voor de hygiëne. Met een glimlach loopt ze naar de dokter toe. Haar hagelwitte tanden steken prachtig af tegen haar mooie volle lippen.
De arts en zijn assistente doen beiden een mondkapje voor en buigen zich over de jongen. Tijd om zijn gebroken neus te behandelen. Eerst ontsmetten ze het en maken het schoon. Het bloeden wordt gestelpt en de neus wordt goed ingezet. Daarna gaat er verband overheen en wordt de neus via de nek van de jongen strak ingetapet. Zo zou de twintiger een tijdje moeten lopen totdat het weer geheeld is.
“Blijft u maar even liggen, dan kom ik zo terug”, zegt de arts en hij en zijn assistente verlaten de kamer. De jongen kijkt schichtig om zich heen en neemt de kamer in zich op. De behandeling was niet geheel pijnloos, maar was zeker wel nodig. Na een minuut of 10 valt hij in slaap, gedeeltelijk overmand door de pijn en zijn vermoeidheid.
Een kletterend geluid van metaal op metaal laat de jongen wakker schrikken. Hij moet zich even oriënteren waar hij zich ook alweer bevindt.
“Ah, je bent weer wakker”, hoort hij iemand zeggen.
Met grote, geschrokken ogen kijkt hij naar links en ziet daar de dokter staan. Deze is zijn instrumenten aan het reinigen. De jongen herinnert zich alles weer en wil opstaan vanaf het bed. Voordat hij überhaupt een voet aan de grond heeft gezet wordt hij helemaal dizzy en draaierig.
“Ho, ho, rustig aan”, roept de toegesnelde dokter hem toe. “Zorg ervoor dat je rustige bewegingen maakt. Kom! Ga maar even op de rand zitten.”
De dokter ondersteunt de jongen loopt even terug naar zijn bureau. Daar haalt hij een lampje vandaan en schijnt daarmee even kort in de ogen van de jongen. Daarna onderzoekt hij de twintiger verder en constateert met een goedkeurend knikje dat het goed zit. Daarna loopt hij weer terug naar zijn bureau en ploft neer in zijn stoel. Met deze stoel rijdt hij naar de jongen toe.
“Wat is er gebeurd?”, vraagt hij de twintiger.
De jongen kijkt verdwaast op. “Wat bedoeld u?”
“Nou, hoe je aan die gebroken neus gekomen bent natuurlijk.”
“Ow, dat is een ongelukje. Ik ben hard gevallen.”
“Weet je het zeker? Want dan moet je wel heel hard gevallen zijn wil dit gebeuren.”
“Ja, ik weet het zeker!”, antwoordt de jongen kort. “Ik rolde vol van de trap naar beneden”, zegt hij aanvullend.
Niet helemaal overtuigd knikt de arts en keert zich in een diep peinzen.
--------------------------------------------------------
Written by D.J. Reijsen
Veel leesplezier!!!
------------------------------------------------------------------------------
Eenmaal aangekomen bij de dokterspraktijk wordt hij opgevangen door de geschrokken baliemedewerkster. De vrouw vangt hem op en begeleidt hem snel naar een kamertje. Hij wordt op een hard bed neergelegd, al wachtend op de dokter.
Na een minuut of tien komt de arts binnen gelopen. Hij buigt zich over de jongen en bekijkt de gebroken neus. Zijn adem ruikt naar pepermunt.
“Dat ziet er slecht uit”, zegt de arts met een baritonstem.
Hij loopt naar een grot tafel achter hem en opent een wit kastje. Daar haalt hij ontsmettingsdoekjes, verband en tape uit, evenals andere benodigdheden. Via de intercom van zijn telefoon vraagt hij assistentie en daarna loopt hij weer terug naar de jongen.
Twee minuutjes later wordt de deur open gedaan en stapt de assistente van de dokter binnen. Ze is een mooie, jonge vrouw in dezelfde leeftijd als de gewonde jongen. Haar stralende blauw/groene ogen vallen het meest op. Daarnaast danst haar paardenstaart op en neer bij elke stap die ze zet. Haar rondingen komen haast niet naar buiten in haar hagelwitte artsenkostuum, maar dat ze een mooi lichaam heeft is zeker wel te constateren. Ze loopt door naar de tafel en wast haar handen. Als ze haar handen afgedroogd heeft trekt ze latex handschoenen aan voor de hygiëne. Met een glimlach loopt ze naar de dokter toe. Haar hagelwitte tanden steken prachtig af tegen haar mooie volle lippen.
De arts en zijn assistente doen beiden een mondkapje voor en buigen zich over de jongen. Tijd om zijn gebroken neus te behandelen. Eerst ontsmetten ze het en maken het schoon. Het bloeden wordt gestelpt en de neus wordt goed ingezet. Daarna gaat er verband overheen en wordt de neus via de nek van de jongen strak ingetapet. Zo zou de twintiger een tijdje moeten lopen totdat het weer geheeld is.
“Blijft u maar even liggen, dan kom ik zo terug”, zegt de arts en hij en zijn assistente verlaten de kamer. De jongen kijkt schichtig om zich heen en neemt de kamer in zich op. De behandeling was niet geheel pijnloos, maar was zeker wel nodig. Na een minuut of 10 valt hij in slaap, gedeeltelijk overmand door de pijn en zijn vermoeidheid.
Een kletterend geluid van metaal op metaal laat de jongen wakker schrikken. Hij moet zich even oriënteren waar hij zich ook alweer bevindt.
“Ah, je bent weer wakker”, hoort hij iemand zeggen.
Met grote, geschrokken ogen kijkt hij naar links en ziet daar de dokter staan. Deze is zijn instrumenten aan het reinigen. De jongen herinnert zich alles weer en wil opstaan vanaf het bed. Voordat hij überhaupt een voet aan de grond heeft gezet wordt hij helemaal dizzy en draaierig.
“Ho, ho, rustig aan”, roept de toegesnelde dokter hem toe. “Zorg ervoor dat je rustige bewegingen maakt. Kom! Ga maar even op de rand zitten.”
De dokter ondersteunt de jongen loopt even terug naar zijn bureau. Daar haalt hij een lampje vandaan en schijnt daarmee even kort in de ogen van de jongen. Daarna onderzoekt hij de twintiger verder en constateert met een goedkeurend knikje dat het goed zit. Daarna loopt hij weer terug naar zijn bureau en ploft neer in zijn stoel. Met deze stoel rijdt hij naar de jongen toe.
“Wat is er gebeurd?”, vraagt hij de twintiger.
De jongen kijkt verdwaast op. “Wat bedoeld u?”
“Nou, hoe je aan die gebroken neus gekomen bent natuurlijk.”
“Ow, dat is een ongelukje. Ik ben hard gevallen.”
“Weet je het zeker? Want dan moet je wel heel hard gevallen zijn wil dit gebeuren.”
“Ja, ik weet het zeker!”, antwoordt de jongen kort. “Ik rolde vol van de trap naar beneden”, zegt hij aanvullend.
Niet helemaal overtuigd knikt de arts en keert zich in een diep peinzen.
--------------------------------------------------------
Written by D.J. Reijsen
dinsdag 23 februari 2010
Sweet Inspiration
woensdag 10 februari 2010
New Chapter
....
Het is later die middag, het begint al een beetje te schemeren terwijl de regen aanhoudt. De straten zijn volledig uitgestorven, hier en daar waait een verdwaald papiertje weg. Iedereen zit lekker binnen, te schuilen voor de regen. Bijna iedereen, want de twintiger ligt nog steeds op de grond in het steegje. Het bloed komt uit zijn neus, verdund door de regen lijkt het er uit te stromen. Niemand merkt hem op, het is wachten totdat hij zelf weer bijkomt.
Een deksel van een prullenbak wordt gegrepen door de wind en rolt kletterend het steegje door. Al rollend raakt de deksel het linkerbeen van de twintiger. Dit lijkt precies het laatste zetje te zijn dat de jongen nodig heeft om weer bij bewustzijn te komen. Geschrokken en ietwat duf doet hij zijn ogen open en kijkt om zich heen om te bepalen waar hij zich bevindt. Teleurgesteld in zichzelf schudt hij zijn hoofd en probeert rustig overeind te komen, met zijn linkerhand al wrijvend over zijn hoofd. Een veeg met de rug van zijn hand langs zijn neus doet hem pijn. Hij kijkt en ziet dat zijn hand rood is van het bloed, zijn neus is zeker gebroken. Hij moet echt naar een dokter toe, die moet er echt even naar kijken. Als strompelend loopt hij weer naar de hoofdstraat en slaat linksaf de Grote Laan in, aldaar loopt hij de gehele straat uit weer de Buitenstraat op. Via de Buitenstraat wil hij de Boulevardweg inlopen, totdat hij toegeroepen wordt.
“Hey, gaat het wel?”, roept een man.
Totaal geconcentreerd loopt de twintiger gewoon door zonder te reageren op het geroep, als hij het überhaupt wel gehoord heeft. Hij moet de Boulevardweg door naar de Octopusstraat, daar is een dokter. Stapje voor stapje vervolgt hij zijn weg terwijl het regen tegen zijn kletsnatte schouders blijft slaan. Verstrikt draait hij zich om als er een hand op zijn schouders wordt gelegd.
Het is de man die naar hem riep. Hij is met zijn paraplu in de hand naar de twintiger toe komen lopen en hen beiden zo droog.
“Rustig maar jongen, gaat het wel?”, zegt de man rustgevend. “Je ziet er echt verschrikkelijk uit”, gaat hij verder.
De twintiger staart hem alleen maar een beetje verdwaast aan en antwoord alleen maar met een knikje. Waar kent hij die man toch van?
“Mijn broer heeft een stukje verderop een platenzaak. Loop anders mee, dan kan je daar schuilen en bellen we ondertussen een arts”, stelt de man voor.
De twintiger weet precies om welke platenzaak het gaat en schudt heftig zijn hoofd. Geschrokken door zijn schuld zet hij op een lopen, richting de Octopusstraat. De man totaal verbaasd achterlatend.
-----
Written by Daniël Reijersen
Het is later die middag, het begint al een beetje te schemeren terwijl de regen aanhoudt. De straten zijn volledig uitgestorven, hier en daar waait een verdwaald papiertje weg. Iedereen zit lekker binnen, te schuilen voor de regen. Bijna iedereen, want de twintiger ligt nog steeds op de grond in het steegje. Het bloed komt uit zijn neus, verdund door de regen lijkt het er uit te stromen. Niemand merkt hem op, het is wachten totdat hij zelf weer bijkomt.
Een deksel van een prullenbak wordt gegrepen door de wind en rolt kletterend het steegje door. Al rollend raakt de deksel het linkerbeen van de twintiger. Dit lijkt precies het laatste zetje te zijn dat de jongen nodig heeft om weer bij bewustzijn te komen. Geschrokken en ietwat duf doet hij zijn ogen open en kijkt om zich heen om te bepalen waar hij zich bevindt. Teleurgesteld in zichzelf schudt hij zijn hoofd en probeert rustig overeind te komen, met zijn linkerhand al wrijvend over zijn hoofd. Een veeg met de rug van zijn hand langs zijn neus doet hem pijn. Hij kijkt en ziet dat zijn hand rood is van het bloed, zijn neus is zeker gebroken. Hij moet echt naar een dokter toe, die moet er echt even naar kijken. Als strompelend loopt hij weer naar de hoofdstraat en slaat linksaf de Grote Laan in, aldaar loopt hij de gehele straat uit weer de Buitenstraat op. Via de Buitenstraat wil hij de Boulevardweg inlopen, totdat hij toegeroepen wordt.
“Hey, gaat het wel?”, roept een man.
Totaal geconcentreerd loopt de twintiger gewoon door zonder te reageren op het geroep, als hij het überhaupt wel gehoord heeft. Hij moet de Boulevardweg door naar de Octopusstraat, daar is een dokter. Stapje voor stapje vervolgt hij zijn weg terwijl het regen tegen zijn kletsnatte schouders blijft slaan. Verstrikt draait hij zich om als er een hand op zijn schouders wordt gelegd.
Het is de man die naar hem riep. Hij is met zijn paraplu in de hand naar de twintiger toe komen lopen en hen beiden zo droog.
“Rustig maar jongen, gaat het wel?”, zegt de man rustgevend. “Je ziet er echt verschrikkelijk uit”, gaat hij verder.
De twintiger staart hem alleen maar een beetje verdwaast aan en antwoord alleen maar met een knikje. Waar kent hij die man toch van?
“Mijn broer heeft een stukje verderop een platenzaak. Loop anders mee, dan kan je daar schuilen en bellen we ondertussen een arts”, stelt de man voor.
De twintiger weet precies om welke platenzaak het gaat en schudt heftig zijn hoofd. Geschrokken door zijn schuld zet hij op een lopen, richting de Octopusstraat. De man totaal verbaasd achterlatend.
-----
Written by Daniël Reijersen
maandag 8 februari 2010
You'll be Waiting
Vandaag weer een aardig stuk geschreven. Even doorlezen en deze week komt er dan weer wat nieuws te lezen voor jullie
maandag 1 februari 2010
The Story Continues
.....Verslagen laat de twintiger zijn armen langs zijn lichaam zakken. Hij weet dat hij nooit tegen deze overmacht op kan. Was hij maar nooit met ze in zee gegaan, of was het cd’tje maar nooit uit zijn tas gevallen. Dan had hij in ieder geval nooit deze problemen gehad.
“Oké, jullie je zin. Laten we overgaan tot jullie deel van de overeenkomst”, zegt de twintiger.
De leider van het groepje knikt en geeft een kort knikje naar de bullebak. Die grijnst en draait zich van de twintiger af. Met de snelheid van een hogesnelheidstrein draait is zich met een ruk weer om en slaat de twintiger met gebalde vuist vol op de neus. De jongen gaat, totaal verrast, neer. Voordat hij het weet krijgt hij nog twee schoppen na, waarvan één op zijn hoofd. Door deze treffer verliest hij het bewustzijn.
De mannen grinniken en stappen over de jongen heen, de straat weer in. Hun buit is binnen en ze hebben er zelf niks voor terug hoeven geven. En dat de jongen wraak neemt lijkt ze ook zeer onwaarschijnlijk. Wat wil hij immers beginnen tegen de overmacht van de groep. Want de bende bestaat zeker niet alleen uit hun vier, ze hebben nog wel meer kameraden voor handen.
[nieuw hoofdstuk start hierna]
-----------------------------------------------------------
Written by Daniël Reijersen
“Oké, jullie je zin. Laten we overgaan tot jullie deel van de overeenkomst”, zegt de twintiger.
De leider van het groepje knikt en geeft een kort knikje naar de bullebak. Die grijnst en draait zich van de twintiger af. Met de snelheid van een hogesnelheidstrein draait is zich met een ruk weer om en slaat de twintiger met gebalde vuist vol op de neus. De jongen gaat, totaal verrast, neer. Voordat hij het weet krijgt hij nog twee schoppen na, waarvan één op zijn hoofd. Door deze treffer verliest hij het bewustzijn.
De mannen grinniken en stappen over de jongen heen, de straat weer in. Hun buit is binnen en ze hebben er zelf niks voor terug hoeven geven. En dat de jongen wraak neemt lijkt ze ook zeer onwaarschijnlijk. Wat wil hij immers beginnen tegen de overmacht van de groep. Want de bende bestaat zeker niet alleen uit hun vier, ze hebben nog wel meer kameraden voor handen.
[nieuw hoofdstuk start hierna]
-----------------------------------------------------------
Written by Daniël Reijersen
donderdag 28 januari 2010
The story continues
En weer een stukje erbij.
Wederom aub niet dupliceren.
------------------------------------------------------------
De twintiger loopt rustig de winkel uit, de straat op. Daar is het al lichtjes gaan miezeren. Als sloffend loopt hij de Buitenstraat in, half struikelend over omhoog zittende straatstenen. Al die tijd zijn rugtas stevig onder zijn armen klemmend.
Via de Buitenstraat loopt hij over de stoep langs een paar uitgestorven winkeltjes naar de Naastenweg. De groenteboer groet hem, maar hij kijkt niet op of om.
Bij de Naastenweg komt hij uit bij een klein steegje, waar hij in loopt. Het is een vrij brede steeg met groezelige muren vol met graffiti en andere vlekken. De warme geur van urine komt je tegemoet en de containers die de steeg vullen zitten overvol met de meest uiteenlopende troep. In het midden staat een groot gazen hek met een klein deurtje erin. De twintiger opent het deurtje en loopt verder de steeg in, waar het donkerder en donkerder wordt. Helemaal aan het eind brand een zwak lichtje en staan een viertal mannen. De twintiger loopt hun kant op en voordat hij de kans heeft de mannen te groeten hebben ze hem al opgemerkt en omsingelen hem. Één van de mannen houdt een lang mes voor zich om de twintiger af te schrikken.
Het zijn vier mannen rond de dertig á veertig jaar. De man met het mes is de kleinste van het stel, maar wel stevig gebouwd. Zijn shirt zit strak om zijn spieren gespannen. Hij kijkt de twintiger aan met een smalende grijns op zijn bebaarde gezicht.
“Is het gelukt?”, vraagt de middelste man. Duidelijk de leider van het viertal, dat zie alleen aan de manier waarop hij staat en hoe de andere drie hem respectvol aankijken. Hij een lange man, ronde één meter vijfennegentig. Een gladgeschoren gezicht en felle, groene ogen. Met een wat vaderlijke blik kijkt hij neer op de twintiger, terwijl het leer van zijn jasje bij elke beweging een piepend geluidje maakt.
“Ja, het is gelukt”, antwoordt de jongen. Ondertussen kijkt hij het viertal rond, inschattend wat hij kan verwachten. De man die de leiding heeft kent hij wel. En de man met het mes heeft hij ook al eerder gezien, maar die andere twee zijn totaal nieuw voor hem. De één is een bonkige man van het type eerst rammen dan vragen. Echt iemand die ze mee hebben genomen voor de brute kracht, om de belaagden af te schrikken. De vierde is een nettere man, mooie pantalon met een nette blouse. Zijn suède jas toont natte vlekken van de aanhoudende regen. De man heeft iets hautains over zich. Met een kleine glimlach kijkt hij op de twintiger neer.
“Laat maar zien dan”, zegt de nettere man en hij steekt zijn hand uit naar de jongen.
De jongen opent zijn rugtas en haalt er een grote plastictas uit. Deze overhandigd hij aan de man. De man trekt de tas open en werpt een korte blik in de tas. Hij knikt goedkeurend en geeft het door aan de leider van het groepje. Deze inspecteert ook kort de inhoud van de tas en bergt het op in een schoudertas, die hij zelf draagt.
De twintiger wil zijn rugtas weer dichtritsen als er een plastic, vierkant doosje uitvalt. Geschrokken bukt hij razendsnel en pakt het voorwerp van de grond om het snel weer in zijn tas te stoppen.
“Wat heb je daar?”, vraagt de leider.
“Uh, uh, niks”, antwoordt de jongen hakkelend. Hij draait zich om, om weer weg te lopen. Maar de bonkige man houdt hem tegen.
“Laat eerst maar zien, dan bepalen wij wel of het niks is”, zegt de leider. Hij loopt rustig naar de jongen toe, hem indringend aankijkend.
Er zit voor de jongen niks anders op en hij stopt zijn hand in zijn rugtas. Daar haalt hij het voorwerp uit en geeft het aan de man.
“Kijk eens aan, een cd’tje. En dat vindt jij niks? En ik altijd maar denken dat je zo’n groot muziekliefhebber bent. Maar als je een cd als niks betiteld dan zal dat ook wel meevallen. Zal ik het dan maar voor je bewaren, dan wordt er in ieder geval iets mee gedaan.”
“Nee, nee, het is meer niks voor jullie. Voor mij is het belangrijk”, antwoord de twintiger.
De mannen barsten in lachen uit en kijken elkaar smalend aan.
“Alles is iets voor ons”, zegt de nettere man.
“Trouwens”, valt de leider hem bij. “Hoe kom je hier aan?”
“Volgens mij heb jij nooit genoeg geld om dit zelf aan te schaffen. Dus je zal er wel op een andere manier aan gekomen zijn. En nu kan ik natuurlijk naar het winkeltje van Donny gaan, maar of hij blij zal zijn om te horen dat hem bestolen hebt is een tweede. Dus weet je wat, wij bewaren het wel voor je, dan hoort Donny ook niks van ons.”
........ (the story continues here)..........
[Written by Daniël Reijersen]
Wederom aub niet dupliceren.
------------------------------------------------------------
De twintiger loopt rustig de winkel uit, de straat op. Daar is het al lichtjes gaan miezeren. Als sloffend loopt hij de Buitenstraat in, half struikelend over omhoog zittende straatstenen. Al die tijd zijn rugtas stevig onder zijn armen klemmend.
Via de Buitenstraat loopt hij over de stoep langs een paar uitgestorven winkeltjes naar de Naastenweg. De groenteboer groet hem, maar hij kijkt niet op of om.
Bij de Naastenweg komt hij uit bij een klein steegje, waar hij in loopt. Het is een vrij brede steeg met groezelige muren vol met graffiti en andere vlekken. De warme geur van urine komt je tegemoet en de containers die de steeg vullen zitten overvol met de meest uiteenlopende troep. In het midden staat een groot gazen hek met een klein deurtje erin. De twintiger opent het deurtje en loopt verder de steeg in, waar het donkerder en donkerder wordt. Helemaal aan het eind brand een zwak lichtje en staan een viertal mannen. De twintiger loopt hun kant op en voordat hij de kans heeft de mannen te groeten hebben ze hem al opgemerkt en omsingelen hem. Één van de mannen houdt een lang mes voor zich om de twintiger af te schrikken.
Het zijn vier mannen rond de dertig á veertig jaar. De man met het mes is de kleinste van het stel, maar wel stevig gebouwd. Zijn shirt zit strak om zijn spieren gespannen. Hij kijkt de twintiger aan met een smalende grijns op zijn bebaarde gezicht.
“Is het gelukt?”, vraagt de middelste man. Duidelijk de leider van het viertal, dat zie alleen aan de manier waarop hij staat en hoe de andere drie hem respectvol aankijken. Hij een lange man, ronde één meter vijfennegentig. Een gladgeschoren gezicht en felle, groene ogen. Met een wat vaderlijke blik kijkt hij neer op de twintiger, terwijl het leer van zijn jasje bij elke beweging een piepend geluidje maakt.
“Ja, het is gelukt”, antwoordt de jongen. Ondertussen kijkt hij het viertal rond, inschattend wat hij kan verwachten. De man die de leiding heeft kent hij wel. En de man met het mes heeft hij ook al eerder gezien, maar die andere twee zijn totaal nieuw voor hem. De één is een bonkige man van het type eerst rammen dan vragen. Echt iemand die ze mee hebben genomen voor de brute kracht, om de belaagden af te schrikken. De vierde is een nettere man, mooie pantalon met een nette blouse. Zijn suède jas toont natte vlekken van de aanhoudende regen. De man heeft iets hautains over zich. Met een kleine glimlach kijkt hij op de twintiger neer.
“Laat maar zien dan”, zegt de nettere man en hij steekt zijn hand uit naar de jongen.
De jongen opent zijn rugtas en haalt er een grote plastictas uit. Deze overhandigd hij aan de man. De man trekt de tas open en werpt een korte blik in de tas. Hij knikt goedkeurend en geeft het door aan de leider van het groepje. Deze inspecteert ook kort de inhoud van de tas en bergt het op in een schoudertas, die hij zelf draagt.
De twintiger wil zijn rugtas weer dichtritsen als er een plastic, vierkant doosje uitvalt. Geschrokken bukt hij razendsnel en pakt het voorwerp van de grond om het snel weer in zijn tas te stoppen.
“Wat heb je daar?”, vraagt de leider.
“Uh, uh, niks”, antwoordt de jongen hakkelend. Hij draait zich om, om weer weg te lopen. Maar de bonkige man houdt hem tegen.
“Laat eerst maar zien, dan bepalen wij wel of het niks is”, zegt de leider. Hij loopt rustig naar de jongen toe, hem indringend aankijkend.
Er zit voor de jongen niks anders op en hij stopt zijn hand in zijn rugtas. Daar haalt hij het voorwerp uit en geeft het aan de man.
“Kijk eens aan, een cd’tje. En dat vindt jij niks? En ik altijd maar denken dat je zo’n groot muziekliefhebber bent. Maar als je een cd als niks betiteld dan zal dat ook wel meevallen. Zal ik het dan maar voor je bewaren, dan wordt er in ieder geval iets mee gedaan.”
“Nee, nee, het is meer niks voor jullie. Voor mij is het belangrijk”, antwoord de twintiger.
De mannen barsten in lachen uit en kijken elkaar smalend aan.
“Alles is iets voor ons”, zegt de nettere man.
“Trouwens”, valt de leider hem bij. “Hoe kom je hier aan?”
“Volgens mij heb jij nooit genoeg geld om dit zelf aan te schaffen. Dus je zal er wel op een andere manier aan gekomen zijn. En nu kan ik natuurlijk naar het winkeltje van Donny gaan, maar of hij blij zal zijn om te horen dat hem bestolen hebt is een tweede. Dus weet je wat, wij bewaren het wel voor je, dan hoort Donny ook niks van ons.”
........ (the story continues here)..........
[Written by Daniël Reijersen]
dinsdag 26 januari 2010
Een Beginntje, deel 2
Na een paar tips heb ik het één en ander herschreven in het begintekstje. Bij deze de aangepaste tekst:
---------------------------------
Je ziet ze niet vaak meer en het is vooral een kwestie van goed zoeken of horen van. Toch wisten we er weer één te vinden. Op de hoek waar de Buitenstraat en de Boulevardweg in elkaar over gaan. Precies op de plek waar het commerciële gedeelte van de stad overloopt in een soort achterbuurt. Geen achterbuurt in de vorm van een ghetto, maar wel een achterbuurt in de vorm van oude gebouwen en achterstallig reparatie- en restauratiewerk. De daken van de huizen missen dakpannen, het verf bladdert van de houten muren af en de stoepen liggen scheef en doorgezakt naast de straat. De stenen huizen vertonen scheuren van het doorzakken en tussen de stenen is nog maar weinig cement over. Aan de zijkanten van een flatgebouw staan de restauratiestellingen opgesteld. Omgeven door vale doeken om de wind tegen te houden voor de arbeiders. Typisch zo’n straat waar je ’s nachts liever niet doorheen loopt.
Daar, op die hoek vinden we nog zo’n ouderwetse platenzaak. Zo’n heerlijk zaakje waarin de geur van kartonnen vinylhoezen je tegemoet komt. Zo’n zaakje waar ze dus ook gewoon nog vinyl verkopen. Zo’n zaakje met een brede collectie. En als je niet kan vinden wat je zoekt, dan vinden zij altijd wel een manier om aan de gewenste plaat te komen. Zo’n heerlijk zaakje waar je ook op een rustige manier kan luisteren naar je stapeltje cd’s of platen die je uit de schappen hebt getrokken. Alles staat ook netjes op genre en binnen het genre op alfabet. Ze blijken gelukkig nog te bestaan, die mooie platenzaakjes.
Deze platenzaak is vrij groot. Genoeg ruimte om veel muziek te herbergen. Het geluid van Sly & the Family Stone’s Stand komt je door de openstaande deur tegemoet. Op de fauteuils zitten een paar mensen onder het genot van een bakje koffie of kopje thee muziek te luisteren. Koptelefoon op het hoofd, volledig afgeschermd van de buitenwereld, vol in de sfeer van de muziek. Achter de toonbank staat de eigenaar. Een wat oudere man met een groezelige baard, maar in een nette spijkerbroek gestoken met daarboven een wit t-shirt met lange mouwen. Hij staat rustig te praten met een klant, terwijl een jongere medewerker, een hulpje, in de winkel loopt om cd’s op te ruimen.
Het niet echt druk in de winkel. Drie mensen bij de luisterfauteuils, waarvan twee van middelbare leeftijd en een tiener. De man aan de toonbank is van dezelfde leeftijd als de oudere eigenaar. Het zou ons niet verbazen als het familie is, de gelaatstrekken lijken immers sterk op elkaar. En dan nog twee tieners, die toch al dicht tegen de twintig jaar aan zullen zitten. Iedereen bezig met hun favoriete muziek, of juist met het vinden van onbekende pareltjes.
Één van die twintigers is een op het oog wat schuchtere jongen, hij kijkt wat schichtig om zich heen terwijl hij in de cd-bakken bladert. Zijn passen zijn onzeker. Met trillende hand pakt hij cd’s uit de bakken. Hij heeft al een klein stapeltje met cd’s in zijn handen en zoekt verder naar meer. Als hij tevreden lijkt met zijn vondst loopt hij naar de toonbank en vraagt de oudere verkoper of hij het één en ander mag beluisteren.
“Natuurlijk jongen, je hebt daar een paar mooie klassiekers in je hand”, antwoord de verkoper.
“Wil je er ook iets te drinken bij?”
De jongen schudt alleen maar zijn hoofd en wacht geduldig totdat de man alle schijfjes heeft gepakt. De man gaat de jongen voor naar een kruk aan een luisterbar, vlakbij de fauteuils. Aangezien daar geen plaats meer is voor de jongen gaat hij op de kruk zitten en wacht totdat de verkoper het eerste schijfje in de cd-speler deponeert.
“Geef maar een seintje als je één van de andere vier wilt horen”, zegt de verkoper en loopt terug naar zijn gesprekspartner.
De twintiger plaatst de koptelefoon op zijn hoofd, speelt wat met de knopjes en beluisterd rustig de door hem uitgekozen muziek. Hij gaat met zijn rug naar de luisterbar zitten en schuift zijn rugtas een stukje meer naar hem toe. Het is duidelijk een jongen die meer thuishoort in de buurt van de Buitenstraat. Hij is niet heel netjes verzorgd, zijn kleding ziet er oud uit en hij valt zelfs een beetje uit de toon in verhouding met de andere bezoekers. Zijn zwarte spijkerbroek heeft vale plekken en is op sommige plaatsen zo dun dat je er de huid doorheen ziet. Zijn overhemd is aan de grote kant en mist een paar knopen. De draadjes hangen er aan de onder kant doelloos bij.
Na een kleine 15 minuten luisteren wenkt hij de verkoper en vraagt om de volgende cd. Dit tafereel herhaalt zich zo enkele keren. De verkoper probeert wat meer in gesprek te raken met de twintiger. Hij probeer vooral op muzikaal niveau een gesprek aan te knopen. De eigenaar stelt wat vragen over de cd’s die de jongen beluisterd en vraagt door over hetgeen wat je jongen nog meer leuk vindt. Maar de jongen antwoord amper en geeft alleen wat korte antwoorden. Een erg teruggetrokken type.
Hij neemt tijdens het luisteren wel de hele winkel in ogenschouw. Kijkt bedachtzaam om zich heen en lijkt als het ware de andere aanwezigen te inventariseren. Elke nieuwe klant wordt aandachtig opgenomen door de twintiger. Iedereen die binnenkomt of weggaat neemt hij op.
Na de laatste plaat staat hij op en loopt met het stapeltje aan cd-hoesjes naar de verkoper. Hij overhandigd ze weer.
“Hier heb je ze alle vier weer. Het was niet helemaal wat ik zocht.”
“Oh, dat is jammer. Maar waar was je dan naar op zoek? Misschien kan ik je van wat tips voorzien?”, antwoordt de verkoper.
De twintiger lijkt het niet eens te horen. Hij mompelt een “Tot de volgende keer” en loopt de winkel uit. De verkoper kijkt hem bedachtzaam na, kijkt zijn gesprekpartner en schudt zijn hoofd.
“Soms”, antwoordt zijn gesprekspartner. “Soms weet je niet hoe lastig het is voor mensen om te praten.” De verkoper knikt en ze vervolgen hun gesprek.
Een klein half uur later zeggen de mannen elkaar gedag en vertrekt de klant met een drietal cd’s. Tijd voor de oudere verkoper om eens het één het ander op te ruimen.
Hij pakt een stapeltje met geluisterde cd-hoesjes en begint deze op te ruimen. Een kwestie van cd eruit, in een plastic mapje en numeriek in een la. Als de stapel weggewerkt is houdt de man alleen nog één leeg plastic mapje over. Nummer 198067, Back to the World van Curtis Mayfield.
“Michael!”, roept hij naar de jongere medeverkoper.
“Heb jij daar toevallig een cd van Curtis Mayfield in je handen?”
Michael kijkt in zijn stapeltje en schudt zijn hoofd.
“Kijk anders even in de bakken wil je! Het gaat om Back to the World, vraagt de oudere man hem.
“Is goed”, antwoordt de jongen.
Bij de soul/funkafdeling aangekomen zoekt hij de bakken af.
“Hier ligt hij ook niet!”, roept hij naar de eigenaar.
Bedenkelijk kijkt de man op en zoekt even in de computer op de voorraden. Ook daar staat dat de cd eenmaal in de winkel moet liggen. Maar in de opruimbakken ligt er geen.
Dan schiet hem de haastig vertrokken en stille twintiger hem te binnen. Dus daarom had hij zo’n haast! Hij is bestolen.
-------------------------------------------------
Written by: D.J. Reijersen (copyright)
---------------------------------
Je ziet ze niet vaak meer en het is vooral een kwestie van goed zoeken of horen van. Toch wisten we er weer één te vinden. Op de hoek waar de Buitenstraat en de Boulevardweg in elkaar over gaan. Precies op de plek waar het commerciële gedeelte van de stad overloopt in een soort achterbuurt. Geen achterbuurt in de vorm van een ghetto, maar wel een achterbuurt in de vorm van oude gebouwen en achterstallig reparatie- en restauratiewerk. De daken van de huizen missen dakpannen, het verf bladdert van de houten muren af en de stoepen liggen scheef en doorgezakt naast de straat. De stenen huizen vertonen scheuren van het doorzakken en tussen de stenen is nog maar weinig cement over. Aan de zijkanten van een flatgebouw staan de restauratiestellingen opgesteld. Omgeven door vale doeken om de wind tegen te houden voor de arbeiders. Typisch zo’n straat waar je ’s nachts liever niet doorheen loopt.
Daar, op die hoek vinden we nog zo’n ouderwetse platenzaak. Zo’n heerlijk zaakje waarin de geur van kartonnen vinylhoezen je tegemoet komt. Zo’n zaakje waar ze dus ook gewoon nog vinyl verkopen. Zo’n zaakje met een brede collectie. En als je niet kan vinden wat je zoekt, dan vinden zij altijd wel een manier om aan de gewenste plaat te komen. Zo’n heerlijk zaakje waar je ook op een rustige manier kan luisteren naar je stapeltje cd’s of platen die je uit de schappen hebt getrokken. Alles staat ook netjes op genre en binnen het genre op alfabet. Ze blijken gelukkig nog te bestaan, die mooie platenzaakjes.
Deze platenzaak is vrij groot. Genoeg ruimte om veel muziek te herbergen. Het geluid van Sly & the Family Stone’s Stand komt je door de openstaande deur tegemoet. Op de fauteuils zitten een paar mensen onder het genot van een bakje koffie of kopje thee muziek te luisteren. Koptelefoon op het hoofd, volledig afgeschermd van de buitenwereld, vol in de sfeer van de muziek. Achter de toonbank staat de eigenaar. Een wat oudere man met een groezelige baard, maar in een nette spijkerbroek gestoken met daarboven een wit t-shirt met lange mouwen. Hij staat rustig te praten met een klant, terwijl een jongere medewerker, een hulpje, in de winkel loopt om cd’s op te ruimen.
Het niet echt druk in de winkel. Drie mensen bij de luisterfauteuils, waarvan twee van middelbare leeftijd en een tiener. De man aan de toonbank is van dezelfde leeftijd als de oudere eigenaar. Het zou ons niet verbazen als het familie is, de gelaatstrekken lijken immers sterk op elkaar. En dan nog twee tieners, die toch al dicht tegen de twintig jaar aan zullen zitten. Iedereen bezig met hun favoriete muziek, of juist met het vinden van onbekende pareltjes.
Één van die twintigers is een op het oog wat schuchtere jongen, hij kijkt wat schichtig om zich heen terwijl hij in de cd-bakken bladert. Zijn passen zijn onzeker. Met trillende hand pakt hij cd’s uit de bakken. Hij heeft al een klein stapeltje met cd’s in zijn handen en zoekt verder naar meer. Als hij tevreden lijkt met zijn vondst loopt hij naar de toonbank en vraagt de oudere verkoper of hij het één en ander mag beluisteren.
“Natuurlijk jongen, je hebt daar een paar mooie klassiekers in je hand”, antwoord de verkoper.
“Wil je er ook iets te drinken bij?”
De jongen schudt alleen maar zijn hoofd en wacht geduldig totdat de man alle schijfjes heeft gepakt. De man gaat de jongen voor naar een kruk aan een luisterbar, vlakbij de fauteuils. Aangezien daar geen plaats meer is voor de jongen gaat hij op de kruk zitten en wacht totdat de verkoper het eerste schijfje in de cd-speler deponeert.
“Geef maar een seintje als je één van de andere vier wilt horen”, zegt de verkoper en loopt terug naar zijn gesprekspartner.
De twintiger plaatst de koptelefoon op zijn hoofd, speelt wat met de knopjes en beluisterd rustig de door hem uitgekozen muziek. Hij gaat met zijn rug naar de luisterbar zitten en schuift zijn rugtas een stukje meer naar hem toe. Het is duidelijk een jongen die meer thuishoort in de buurt van de Buitenstraat. Hij is niet heel netjes verzorgd, zijn kleding ziet er oud uit en hij valt zelfs een beetje uit de toon in verhouding met de andere bezoekers. Zijn zwarte spijkerbroek heeft vale plekken en is op sommige plaatsen zo dun dat je er de huid doorheen ziet. Zijn overhemd is aan de grote kant en mist een paar knopen. De draadjes hangen er aan de onder kant doelloos bij.
Na een kleine 15 minuten luisteren wenkt hij de verkoper en vraagt om de volgende cd. Dit tafereel herhaalt zich zo enkele keren. De verkoper probeert wat meer in gesprek te raken met de twintiger. Hij probeer vooral op muzikaal niveau een gesprek aan te knopen. De eigenaar stelt wat vragen over de cd’s die de jongen beluisterd en vraagt door over hetgeen wat je jongen nog meer leuk vindt. Maar de jongen antwoord amper en geeft alleen wat korte antwoorden. Een erg teruggetrokken type.
Hij neemt tijdens het luisteren wel de hele winkel in ogenschouw. Kijkt bedachtzaam om zich heen en lijkt als het ware de andere aanwezigen te inventariseren. Elke nieuwe klant wordt aandachtig opgenomen door de twintiger. Iedereen die binnenkomt of weggaat neemt hij op.
Na de laatste plaat staat hij op en loopt met het stapeltje aan cd-hoesjes naar de verkoper. Hij overhandigd ze weer.
“Hier heb je ze alle vier weer. Het was niet helemaal wat ik zocht.”
“Oh, dat is jammer. Maar waar was je dan naar op zoek? Misschien kan ik je van wat tips voorzien?”, antwoordt de verkoper.
De twintiger lijkt het niet eens te horen. Hij mompelt een “Tot de volgende keer” en loopt de winkel uit. De verkoper kijkt hem bedachtzaam na, kijkt zijn gesprekpartner en schudt zijn hoofd.
“Soms”, antwoordt zijn gesprekspartner. “Soms weet je niet hoe lastig het is voor mensen om te praten.” De verkoper knikt en ze vervolgen hun gesprek.
Een klein half uur later zeggen de mannen elkaar gedag en vertrekt de klant met een drietal cd’s. Tijd voor de oudere verkoper om eens het één het ander op te ruimen.
Hij pakt een stapeltje met geluisterde cd-hoesjes en begint deze op te ruimen. Een kwestie van cd eruit, in een plastic mapje en numeriek in een la. Als de stapel weggewerkt is houdt de man alleen nog één leeg plastic mapje over. Nummer 198067, Back to the World van Curtis Mayfield.
“Michael!”, roept hij naar de jongere medeverkoper.
“Heb jij daar toevallig een cd van Curtis Mayfield in je handen?”
Michael kijkt in zijn stapeltje en schudt zijn hoofd.
“Kijk anders even in de bakken wil je! Het gaat om Back to the World, vraagt de oudere man hem.
“Is goed”, antwoordt de jongen.
Bij de soul/funkafdeling aangekomen zoekt hij de bakken af.
“Hier ligt hij ook niet!”, roept hij naar de eigenaar.
Bedenkelijk kijkt de man op en zoekt even in de computer op de voorraden. Ook daar staat dat de cd eenmaal in de winkel moet liggen. Maar in de opruimbakken ligt er geen.
Dan schiet hem de haastig vertrokken en stille twintiger hem te binnen. Dus daarom had hij zo’n haast! Hij is bestolen.
-------------------------------------------------
Written by: D.J. Reijersen (copyright)
zaterdag 23 januari 2010
Rust in het huis
Nu twee dagen helaas niks meer aan mijn tekst kunnen doen.
Wel al veel tips gekregen waar ik wat aan heb. Diegenen, zeer veel dank daarvoor!
Wel al veel tips gekregen waar ik wat aan heb. Diegenen, zeer veel dank daarvoor!
donderdag 21 januari 2010
Let's Get It On
woensdag 20 januari 2010
Het beginnetje
Hier is het beginnetje. Ik vraag jullie vriendelijk dit nergens te dupliceren:
---------------------------------------------
Je ziet ze niet vaak meer. Zo heel af en toe zijn ze er nog. Maar het is wel een kwestie van zoeken of horen van. Toch wisten we er weer één te vinden. Op de hoek waar de Buitenstraat en de Boulevardweg in elkaar over gaan. Precies op de plek waar het commerciële gedeelte van de stad overloopt in een soort achterbuurt. Geen achterbuurt in de vorm van een ghetto, maar wel een achterbuurt in de vorm van oude gebouwen en achterstallig reparatie- en restauratiewerk. Daar, op die hoek vinden we nog zo’n ouderwetse platenzaak. Zo’n heerlijk zaakje waarin de geur van kartonnen vinylhoezen je tegemoet komt. Zo’n zaakje waar ze dus ook gewoon nog vinyl verkopen. Zo’n zaakje met een brede collectie. En als niet kan vinden wat je zoekt, dan vinden zij altijd wel een manier om aan de gewenste plaat te komen. Zo’n heerlijk zaakje waar je ook op een rustige manier kan luisteren naar je stapeltje cd’s of platen die je uit de schappen hebt getrokken. Alles staat ook netjes op genre en binnen het genre op alfabet. Ze blijken gelukkig nog te bestaan, die mooie platenzaakjes.
Deze platenzaak, op de hoek waar de Buitenstraat en de Boulevardweg in elkaar overgaan, is een wat groter exemplaar. Het geluid van Sly & the Family Stone’s Stand komt je tegemoet. Op de fauteuils zitten een paar mensen onder het genot van een bakje koffie of kopje thee muziek te luisteren. Koptelefoon op het hoofd, volledig afgeschermd van de buitenwereld, vol in de sfeer van de muziek. Achter de toonbank staat een wat oudere man, de eigenaar, rustig te praten met een klant, terwijl een jongere medewerker in de winkel loopt om cd’s op te ruimen.
Het niet echt druk in de winkel. Drie mensen bij de luisterfauteuils, waarvan twee van middelbare leeftijd en een tiener. De man aan de toonbank is van dezelfde leeftijd als de oudere eigenaar. Het zou ons niet verbazen als het familie is, de gelaatstrekken lijken immers sterk op elkaar. En dan nog twee tieners, die toch al dicht tegen de twintig jaar aan zullen zitten. Iedereen op zijn eigen manier bezig met de muziek die er in de winkel te koop is.
Één van die twintigers is een wat schuchtere jongen, hij kijkt wat schichtig om zich heen terwijl hij in de cd-bakken bladert. Hij heeft een klein stapeltje met cd’s in zijn handen en zoekt verder naar meer. Als hij tevreden lijkt met zijn vondst loopt hij naar de toonbank en vraagt de oudere verkoper of hij het één en ander mag beluisteren.
“Natuurlijk jongen, je hebt daar een paar mooie klassiekers in je hand”, antwoord de verkoper.
“Wil je er ook iets te drinken bij?”
De jongen schudt alleen maar zijn hoofd en wacht geduldig totdat de man alle schijfjes heeft gepakt. De man gaat de jongen voor naar een kruk aan een luisterbar, vlakbij de fauteuils. Aangezien daar geen plaats meer is voor de jongen gaat hij op de kruk zitten en wacht totdat de verkoper het eerste schijfje in de cd-speler deponeert.
“Geef maar een seintje als je één van de andere vier wilt horen”, zegt de verkoper en loopt terug naar zijn gesprekspartner.
De twintiger plaatst de koptelefoon op zijn hoofd, speelt wat met de knopjes en beluisterd rustig de door hem uitgekozen muziek. Hij gaat met zijn rug naar de winkel zitten en schuift zijn rugtas een stukje meer naar hem toe. Het is duidelijk een jongen die meer thuishoort in de buurt van de Buitenstraat. Hij is niet heel netjes verzorgd, zijn kleding ziet er oud uit en hij valt zelfs een beetje uit de toon in verhouding met de andere bezoekers.
Na een kleine 15 minuten luisteren wenkt hij de verkoper en vraagt om de volgende cd. Dit tafereel herhaalt zich zo enkele keren. De verkoper probeert wat meer in gesprek te raken met de twintiger, vooral op muzikaal niveau. Maar de jongen antwoord amper en geeft alleen wat korte antwoorden. Een erg teruggetrokken type.
Hij neemt tijdens het luisteren wel de hele winkel in ogenschouw. Kijkt bedachtzaam om zich heen en lijkt als het ware de andere aanwezigen te inventariseren. Elke nieuwe klant wordt aandachtig opgenomen door de twintiger. Iedereen die binnenkomt of weggaat neemt hij op.
Na de laatste plaat staat hij op en loopt met het stapeltje aan cd-hoesjes naar de verkoper. Hij overhandigd ze weer.
“Hier heb je ze alle vier weer. Het was niet helemaal wat ik zocht.”
“Oh, dat is jammer. Maar waar was je dan naar op zoek? Misschien kan ik je van wat tips voorzien?”, antwoord de verkoper.
De twintiger lijkt het niet eens te horen. Hij mompelt een “Tot de volgende keer” en loopt de winkel uit. De verkoper kijkt hem bedachtzaam na, kijkt zijn gesprekpartner en schudt zijn hoofd.
“Soms”, antwoord zijn gesprekspartner. “Soms weet je niet hoe lastig het is voor mensen om te praten.” De verkoper knikt en ze vervolgen hun gesprek.
Een klein half uur later zeggen de mannen elkaar gedag en vertrekt de klant met een drietal cd’s. Tijd voor de oudere verkoper om eens het één het ander op te ruimen.
Hij pakt een stapeltje met geluisterde cd-hoesjes en begint deze op te ruimen. Een kwestie van cd eruit, in een plastic mapje en numeriek in een la. Als de stapel weggewerkt is houdt de man alleen nog één leeg plastic mapje over. Nummer 198067, Back to the World van Curtis Mayfield.
“Michael!”, roept hij naar de jongere medeverkoper.
“Heb jij daar toevallig een cd van Curtis Mayfield in je handen?”
Michael kijkt in zijn stapeltje en schudt zijn hoofd.
“Kijk anders even in de bakken wil je! Het gaat om Back to the World, vraagt de oudere man hem.
“Is goed”, antwoord de jongen en maakt zijn werkje af.
Bij de soul/funkafdeling aangekomen zoekt hij de bakken af.
“Hier ligt hij ook niet!”, roept hij naar de eigenaar.
Bedenkelijk kijkt de man op en zoekt even in de computer op de voorraden. Ook daar staat dat de cd eenmaal in de winkel moet liggen. Maar in de opruimbakken ligt er geen.
Dan schiet hem de haastig vertrokken en stille twintiger hem te binnen. Dus daarom had hij zo’n haast! Hij is bestolen!
--------------------------------------------------------
---------------------------------------------
Je ziet ze niet vaak meer. Zo heel af en toe zijn ze er nog. Maar het is wel een kwestie van zoeken of horen van. Toch wisten we er weer één te vinden. Op de hoek waar de Buitenstraat en de Boulevardweg in elkaar over gaan. Precies op de plek waar het commerciële gedeelte van de stad overloopt in een soort achterbuurt. Geen achterbuurt in de vorm van een ghetto, maar wel een achterbuurt in de vorm van oude gebouwen en achterstallig reparatie- en restauratiewerk. Daar, op die hoek vinden we nog zo’n ouderwetse platenzaak. Zo’n heerlijk zaakje waarin de geur van kartonnen vinylhoezen je tegemoet komt. Zo’n zaakje waar ze dus ook gewoon nog vinyl verkopen. Zo’n zaakje met een brede collectie. En als niet kan vinden wat je zoekt, dan vinden zij altijd wel een manier om aan de gewenste plaat te komen. Zo’n heerlijk zaakje waar je ook op een rustige manier kan luisteren naar je stapeltje cd’s of platen die je uit de schappen hebt getrokken. Alles staat ook netjes op genre en binnen het genre op alfabet. Ze blijken gelukkig nog te bestaan, die mooie platenzaakjes.
Deze platenzaak, op de hoek waar de Buitenstraat en de Boulevardweg in elkaar overgaan, is een wat groter exemplaar. Het geluid van Sly & the Family Stone’s Stand komt je tegemoet. Op de fauteuils zitten een paar mensen onder het genot van een bakje koffie of kopje thee muziek te luisteren. Koptelefoon op het hoofd, volledig afgeschermd van de buitenwereld, vol in de sfeer van de muziek. Achter de toonbank staat een wat oudere man, de eigenaar, rustig te praten met een klant, terwijl een jongere medewerker in de winkel loopt om cd’s op te ruimen.
Het niet echt druk in de winkel. Drie mensen bij de luisterfauteuils, waarvan twee van middelbare leeftijd en een tiener. De man aan de toonbank is van dezelfde leeftijd als de oudere eigenaar. Het zou ons niet verbazen als het familie is, de gelaatstrekken lijken immers sterk op elkaar. En dan nog twee tieners, die toch al dicht tegen de twintig jaar aan zullen zitten. Iedereen op zijn eigen manier bezig met de muziek die er in de winkel te koop is.
Één van die twintigers is een wat schuchtere jongen, hij kijkt wat schichtig om zich heen terwijl hij in de cd-bakken bladert. Hij heeft een klein stapeltje met cd’s in zijn handen en zoekt verder naar meer. Als hij tevreden lijkt met zijn vondst loopt hij naar de toonbank en vraagt de oudere verkoper of hij het één en ander mag beluisteren.
“Natuurlijk jongen, je hebt daar een paar mooie klassiekers in je hand”, antwoord de verkoper.
“Wil je er ook iets te drinken bij?”
De jongen schudt alleen maar zijn hoofd en wacht geduldig totdat de man alle schijfjes heeft gepakt. De man gaat de jongen voor naar een kruk aan een luisterbar, vlakbij de fauteuils. Aangezien daar geen plaats meer is voor de jongen gaat hij op de kruk zitten en wacht totdat de verkoper het eerste schijfje in de cd-speler deponeert.
“Geef maar een seintje als je één van de andere vier wilt horen”, zegt de verkoper en loopt terug naar zijn gesprekspartner.
De twintiger plaatst de koptelefoon op zijn hoofd, speelt wat met de knopjes en beluisterd rustig de door hem uitgekozen muziek. Hij gaat met zijn rug naar de winkel zitten en schuift zijn rugtas een stukje meer naar hem toe. Het is duidelijk een jongen die meer thuishoort in de buurt van de Buitenstraat. Hij is niet heel netjes verzorgd, zijn kleding ziet er oud uit en hij valt zelfs een beetje uit de toon in verhouding met de andere bezoekers.
Na een kleine 15 minuten luisteren wenkt hij de verkoper en vraagt om de volgende cd. Dit tafereel herhaalt zich zo enkele keren. De verkoper probeert wat meer in gesprek te raken met de twintiger, vooral op muzikaal niveau. Maar de jongen antwoord amper en geeft alleen wat korte antwoorden. Een erg teruggetrokken type.
Hij neemt tijdens het luisteren wel de hele winkel in ogenschouw. Kijkt bedachtzaam om zich heen en lijkt als het ware de andere aanwezigen te inventariseren. Elke nieuwe klant wordt aandachtig opgenomen door de twintiger. Iedereen die binnenkomt of weggaat neemt hij op.
Na de laatste plaat staat hij op en loopt met het stapeltje aan cd-hoesjes naar de verkoper. Hij overhandigd ze weer.
“Hier heb je ze alle vier weer. Het was niet helemaal wat ik zocht.”
“Oh, dat is jammer. Maar waar was je dan naar op zoek? Misschien kan ik je van wat tips voorzien?”, antwoord de verkoper.
De twintiger lijkt het niet eens te horen. Hij mompelt een “Tot de volgende keer” en loopt de winkel uit. De verkoper kijkt hem bedachtzaam na, kijkt zijn gesprekpartner en schudt zijn hoofd.
“Soms”, antwoord zijn gesprekspartner. “Soms weet je niet hoe lastig het is voor mensen om te praten.” De verkoper knikt en ze vervolgen hun gesprek.
Een klein half uur later zeggen de mannen elkaar gedag en vertrekt de klant met een drietal cd’s. Tijd voor de oudere verkoper om eens het één het ander op te ruimen.
Hij pakt een stapeltje met geluisterde cd-hoesjes en begint deze op te ruimen. Een kwestie van cd eruit, in een plastic mapje en numeriek in een la. Als de stapel weggewerkt is houdt de man alleen nog één leeg plastic mapje over. Nummer 198067, Back to the World van Curtis Mayfield.
“Michael!”, roept hij naar de jongere medeverkoper.
“Heb jij daar toevallig een cd van Curtis Mayfield in je handen?”
Michael kijkt in zijn stapeltje en schudt zijn hoofd.
“Kijk anders even in de bakken wil je! Het gaat om Back to the World, vraagt de oudere man hem.
“Is goed”, antwoord de jongen en maakt zijn werkje af.
Bij de soul/funkafdeling aangekomen zoekt hij de bakken af.
“Hier ligt hij ook niet!”, roept hij naar de eigenaar.
Bedenkelijk kijkt de man op en zoekt even in de computer op de voorraden. Ook daar staat dat de cd eenmaal in de winkel moet liggen. Maar in de opruimbakken ligt er geen.
Dan schiet hem de haastig vertrokken en stille twintiger hem te binnen. Dus daarom had hij zo’n haast! Hij is bestolen!
--------------------------------------------------------
Written by: D.J. Reijersen (copyright)
Abonneren op:
Reacties (Atom)

