woensdag 10 februari 2010

New Chapter

....
Het is later die middag, het begint al een beetje te schemeren terwijl de regen aanhoudt. De straten zijn volledig uitgestorven, hier en daar waait een verdwaald papiertje weg. Iedereen zit lekker binnen, te schuilen voor de regen. Bijna iedereen, want de twintiger ligt nog steeds op de grond in het steegje. Het bloed komt uit zijn neus, verdund door de regen lijkt het er uit te stromen. Niemand merkt hem op, het is wachten totdat hij zelf weer bijkomt.
Een deksel van een prullenbak wordt gegrepen door de wind en rolt kletterend het steegje door. Al rollend raakt de deksel het linkerbeen van de twintiger. Dit lijkt precies het laatste zetje te zijn dat de jongen nodig heeft om weer bij bewustzijn te komen. Geschrokken en ietwat duf doet hij zijn ogen open en kijkt om zich heen om te bepalen waar hij zich bevindt. Teleurgesteld in zichzelf schudt hij zijn hoofd en probeert rustig overeind te komen, met zijn linkerhand al wrijvend over zijn hoofd. Een veeg met de rug van zijn hand langs zijn neus doet hem pijn. Hij kijkt en ziet dat zijn hand rood is van het bloed, zijn neus is zeker gebroken. Hij moet echt naar een dokter toe, die moet er echt even naar kijken. Als strompelend loopt hij weer naar de hoofdstraat en slaat linksaf de Grote Laan in, aldaar loopt hij de gehele straat uit weer de Buitenstraat op. Via de Buitenstraat wil hij de Boulevardweg inlopen, totdat hij toegeroepen wordt.
“Hey, gaat het wel?”, roept een man.
Totaal geconcentreerd loopt de twintiger gewoon door zonder te reageren op het geroep, als hij het überhaupt wel gehoord heeft. Hij moet de Boulevardweg door naar de Octopusstraat, daar is een dokter. Stapje voor stapje vervolgt hij zijn weg terwijl het regen tegen zijn kletsnatte schouders blijft slaan. Verstrikt draait hij zich om als er een hand op zijn schouders wordt gelegd.
Het is de man die naar hem riep. Hij is met zijn paraplu in de hand naar de twintiger toe komen lopen en hen beiden zo droog.
“Rustig maar jongen, gaat het wel?”, zegt de man rustgevend. “Je ziet er echt verschrikkelijk uit”, gaat hij verder.
De twintiger staart hem alleen maar een beetje verdwaast aan en antwoord alleen maar met een knikje. Waar kent hij die man toch van?
“Mijn broer heeft een stukje verderop een platenzaak. Loop anders mee, dan kan je daar schuilen en bellen we ondertussen een arts”, stelt de man voor.
De twintiger weet precies om welke platenzaak het gaat en schudt heftig zijn hoofd. Geschrokken door zijn schuld zet hij op een lopen, richting de Octopusstraat. De man totaal verbaasd achterlatend.
-----

Written by Daniël Reijersen

Geen opmerkingen:

Een reactie posten