En weer een stukje erbij.
Wederom aub niet dupliceren.
------------------------------------------------------------
De twintiger loopt rustig de winkel uit, de straat op. Daar is het al lichtjes gaan miezeren. Als sloffend loopt hij de Buitenstraat in, half struikelend over omhoog zittende straatstenen. Al die tijd zijn rugtas stevig onder zijn armen klemmend.
Via de Buitenstraat loopt hij over de stoep langs een paar uitgestorven winkeltjes naar de Naastenweg. De groenteboer groet hem, maar hij kijkt niet op of om.
Bij de Naastenweg komt hij uit bij een klein steegje, waar hij in loopt. Het is een vrij brede steeg met groezelige muren vol met graffiti en andere vlekken. De warme geur van urine komt je tegemoet en de containers die de steeg vullen zitten overvol met de meest uiteenlopende troep. In het midden staat een groot gazen hek met een klein deurtje erin. De twintiger opent het deurtje en loopt verder de steeg in, waar het donkerder en donkerder wordt. Helemaal aan het eind brand een zwak lichtje en staan een viertal mannen. De twintiger loopt hun kant op en voordat hij de kans heeft de mannen te groeten hebben ze hem al opgemerkt en omsingelen hem. Één van de mannen houdt een lang mes voor zich om de twintiger af te schrikken.
Het zijn vier mannen rond de dertig á veertig jaar. De man met het mes is de kleinste van het stel, maar wel stevig gebouwd. Zijn shirt zit strak om zijn spieren gespannen. Hij kijkt de twintiger aan met een smalende grijns op zijn bebaarde gezicht.
“Is het gelukt?”, vraagt de middelste man. Duidelijk de leider van het viertal, dat zie alleen aan de manier waarop hij staat en hoe de andere drie hem respectvol aankijken. Hij een lange man, ronde één meter vijfennegentig. Een gladgeschoren gezicht en felle, groene ogen. Met een wat vaderlijke blik kijkt hij neer op de twintiger, terwijl het leer van zijn jasje bij elke beweging een piepend geluidje maakt.
“Ja, het is gelukt”, antwoordt de jongen. Ondertussen kijkt hij het viertal rond, inschattend wat hij kan verwachten. De man die de leiding heeft kent hij wel. En de man met het mes heeft hij ook al eerder gezien, maar die andere twee zijn totaal nieuw voor hem. De één is een bonkige man van het type eerst rammen dan vragen. Echt iemand die ze mee hebben genomen voor de brute kracht, om de belaagden af te schrikken. De vierde is een nettere man, mooie pantalon met een nette blouse. Zijn suède jas toont natte vlekken van de aanhoudende regen. De man heeft iets hautains over zich. Met een kleine glimlach kijkt hij op de twintiger neer.
“Laat maar zien dan”, zegt de nettere man en hij steekt zijn hand uit naar de jongen.
De jongen opent zijn rugtas en haalt er een grote plastictas uit. Deze overhandigd hij aan de man. De man trekt de tas open en werpt een korte blik in de tas. Hij knikt goedkeurend en geeft het door aan de leider van het groepje. Deze inspecteert ook kort de inhoud van de tas en bergt het op in een schoudertas, die hij zelf draagt.
De twintiger wil zijn rugtas weer dichtritsen als er een plastic, vierkant doosje uitvalt. Geschrokken bukt hij razendsnel en pakt het voorwerp van de grond om het snel weer in zijn tas te stoppen.
“Wat heb je daar?”, vraagt de leider.
“Uh, uh, niks”, antwoordt de jongen hakkelend. Hij draait zich om, om weer weg te lopen. Maar de bonkige man houdt hem tegen.
“Laat eerst maar zien, dan bepalen wij wel of het niks is”, zegt de leider. Hij loopt rustig naar de jongen toe, hem indringend aankijkend.
Er zit voor de jongen niks anders op en hij stopt zijn hand in zijn rugtas. Daar haalt hij het voorwerp uit en geeft het aan de man.
“Kijk eens aan, een cd’tje. En dat vindt jij niks? En ik altijd maar denken dat je zo’n groot muziekliefhebber bent. Maar als je een cd als niks betiteld dan zal dat ook wel meevallen. Zal ik het dan maar voor je bewaren, dan wordt er in ieder geval iets mee gedaan.”
“Nee, nee, het is meer niks voor jullie. Voor mij is het belangrijk”, antwoord de twintiger.
De mannen barsten in lachen uit en kijken elkaar smalend aan.
“Alles is iets voor ons”, zegt de nettere man.
“Trouwens”, valt de leider hem bij. “Hoe kom je hier aan?”
“Volgens mij heb jij nooit genoeg geld om dit zelf aan te schaffen. Dus je zal er wel op een andere manier aan gekomen zijn. En nu kan ik natuurlijk naar het winkeltje van Donny gaan, maar of hij blij zal zijn om te horen dat hem bestolen hebt is een tweede. Dus weet je wat, wij bewaren het wel voor je, dan hoort Donny ook niks van ons.”
........ (the story continues here)..........
[Written by Daniël Reijersen]
donderdag 28 januari 2010
Abonneren op:
Reacties (Atom)